Geon op stap (deel 3): Beleving van de kaart

Deze terugkerende estafettecolumn gaat over een reis van locatie naar locatie. De column kent telkens een andere schrijver. De schrijver beschrijft zijn reis vanuit zijn eigen achtergrond, wereldbeeld, visie of overtuiging. Extra aandacht is er voor het aspect geo. Verder heeft de schrijver de vrije hand… Marc ’t Hart en Gerlof de Haan gingen al voor.

Het is vrijdagochtend 7 uur. De beloftes van het KNMI zijn goed: 26 graden, zonnig, weinig wind. Dit zijn van die vrijdagen waarvan er in het jaar maar weinig zijn. Waarom weet ik dat zo goed? Dit zijn de dagen om lekker op de fiets naar het werk te gaan….

Op zich niet zo bijzonder. Hoewel…? Waarschijnlijk zullen niet veel mensen voor woonwerkverkeer 70 km heen en ’s middags weer 70 km terug fietsen. Daarom is er wel een aantal randvoorwaarden. Zoals gemeld, lekker weer is een vereiste. Een racefiets is noodzakelijk om de afstand toch binnen ongeveer 2:15 uur af te leggen. Bovendien moet er logistiek een en ander geregeld worden. Collega Gerlof mag de laptop, kleding en een bus deodorant meenemen. Maar het mooiste in de voorbereiding is het bepalen van de route tussen Darp en Groningen.

Dat gaat toch even anders dan het opgeven van Start en Eindpunt in een navigatiesysteem en het verder over te laten aan de rekenmeesters van Garmin of TomTom. Hetgeen niet wil zeggen dat ik geen gebruik maak van navigatiesystemen. Sterker nog: op mijn stuur prijkt een echte Garmin Edge 705. In wielerland bekend staand als hét navigatie apparaat voor de (race)fiets. Maar daarin staat wel de route die ík heb uitgestippeld….

De tocht gaat via Havelte, Uffelte, Wittelte naar Diever. Door het Drents-Friese Wold.

Waarom heb ik eigenlijk een Garmin op mijn fiets? Natuurlijk zeer handig voor de route. Maar ook de getallen zijn mooi. Snelheid, gemiddeldes. En in de bergen zijn de haarspelden op het kaartje zichtbaar (ook in de afdalingen handig), hoogtes, hellingpercentages, hartslag. Het geeft houvast. En het verklaart cijfermatig waarom je in de beklimming van Galibier soms half stervend op je fiets zit...

Appelscha. 8 uur. 30 km onderweg. Het landschap verandert abrupt. Open, weids.

Maar waarom steek ik toch altijd weer die grote papieren kaart in m’n achterzak? De Garmin draait op stabiele software. De accu is opgeladen. Bovendien ken ik de route gewoon uit m’n hoofd.

Op weg naar het Fochteloërveen. Schitterend verstild gebied met grassen, veenmossen en veenpluis.

Langzaam begint het antwoord zich te vormen. Norg. Weer terug in de bossen.

Het “begrijpen” van de kaart is de essentie van het antwoord. Patronen op de kaart roepen beelden op over hoe het landschap er in werkelijkheid uitziet. Water is water op de kaart. Maar is het natuurlijk of zijn er mensenhanden aan te pas gekomen? Waar gaat die weg links naar toe? Wat is de reden van de overgang van bos naar grasland daar? Het gaat steeds weer over het “mappen” van kaartinformatie op de werkelijkheid buiten. Het is prachtig om aan de hand van informatie op de kaart het landschap te kunnen beleven.

Het zijn bij uitstek vragen waar een fysisch geograaf zich mee bezig houdt. Hoe geavanceerd en gedigitaliseerd informatie via verschillende systemen tegenwoordig ook beschikbaar is en hoe de overheid steeds gedetailleerder onze ruimtelijke omgeving in kaart brengt, er blijft gelukkig voldoende ruimte voor interpretatie en verbeelding. En dat maakt z’n fietstocht altijd zo boeiend.

Om kwart over 9 parkeer ik mijn racefiets in de hal op de Steenhouwerskade. Precies op tijd voor het Geon-overleg…

Login to post comments